Praktijk Examen

De tussentijdse toets (TTT) is een rijtest op ongeveer 3/4 van de opleiding. De toets verloopt als een echt praktijk-examen Hiermee kun je alvast wennen aan het examen, zodat je dan minder nerveus bent. Een examinator van het CBR beoordeelt tijdens de tussentijdse toets je rijvaardigheid. Hij controleert alles wat bij een echt examen ook getoetst wordt. De toets duurt even lang als een echt examen. Je instructeur mag meerijden.

In de toets kun je een vrijstelling verdienen voor de bijzondere verrichtingen van het praktijk examen.

Na afloop van de toets krijg je van de examinator een adviesformulier mee. Daarop brengt de examinator per onderdeel advies uit. Je kunt aan de hand hiervan precies zien aan welke onderdelen je nog moet werken. De examinator en je instructeur geven na de toets tips ter verbetering.

Bewaar het adviesformulier en neem het mee naar het rijexamen. Het is je bewijs van vrijstelling voor het onderdeel bijzondere verrichtingen. Daarnaast kan het adviesformulier de doorslag geven bij twijfel over de examenuitslag.

Om in aanmerking te komen voor de toets, moet je in het bezit zijn van een geldig theorie-certificaat. Je moet dit vóór het begin van de toets laten zien. Je moet ook een geldig legitimatiebewijs meenemen.

Gang van zaken

Het praktijkexamen voor de personenauto duurt 55 minuten. Dit wordt in twee delen gedaan, een deel zelfstandig route rijden en een deel op aanwijzing. Verder zitten er twee opdrachten (bijzondere verrichtingen) in en een situatie-vraag.Deze vraag kan over elk situatie gaan die men tegenkomt tijdens de rit. De examinator wil op deze manier nagaan hoe je uiteindelijk tot een beslissing bent gekomen. Dit is dus geen theorie-vraag.

In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren aan de examenauto.

Dan begint de rit. De examinator van het CBR let onder andere op:

  • hoe goed je de auto beheerst
  • of je goed kijkt
  • rekening houden met andere verkeersdeelnemers
  • voorrang verlenen
  • in- en uitvoegen
  • gedrag op kruispunten
  • enkele bijzondere verrichtingen (dit wordt overgeslagen als je een vrijstelling hebt verdiend met een tussentijdse toets)

Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie in de hand hebt en houd. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Als je tijdens de tussentijdse toets een vrijstelling hebt verdiend voor de bijzondere verrichtingen, dan wordt dit onderdeel overgeslagen.

Geslaagd

Als je geslaagd bent voor het praktijk examen dan wordt dat feit geregistreerd in het Centraal Rijbewijzen Register (CRB). Daarna kun je het rijbewijs aanvragen bij het gemeentehuis. De gemeenteambtenaar controleert in het CRB of je inderdaad geslaagd bent. Je mag pas de weg op als je je rijbewijs in handen hebt.

Gezakt

Ben je gezakt, dan licht de examinator toe welke onderdelen onvoldoende waren. Ook krijg je het uitslagformulier mee, zodat je de gegevens met je instructeur kunt bespreken voor de vervolglessen, die je moeten voorbereiden op het volgende praktijk examen.